Open stedenbouw - 14.03.2012

Van ideaal naar optimaal

 

De Nederlandse ruimtelijke ordening kent een sterke traditie in planning en maakbaarheid. Op grote schaal zijn sinds de tweede helft van de vorige eeuw lege gebieden buiten de stad ontgonnen voor huisvesting van volk en bedrijvigheid. Gebiedsontwikkeling was lange tijd een vorm van kolonisatie en met de Vinex-operatie sluiten wij dit tijdperk af. Deze dogmatische manier van werken staat op de helling. Wat rest, is argwaan tussen alle betrokken partijen en een onverschillige publieke opinie tegenover ruimtelijke projecten. De toekomstige opgave is niet meer iets nieuws vormen op een lege plek, maar het omvormen van een bestaande plek tot iets nieuws. Ruimtelijke ordening transformeert naar ruimtelijke organisatie en hier hoort een andere vorm van stedenbouw bij.

 

Transformeren onmogelijk

Bij stedelijke, maar ook bij landelijke transformatieprocessen was de laatste jaren het patroon: een radicale make-over met een behoorlijke schaalvergroting. Naoorlogse stadsuitbreidingen, stationsgebieden, kantoor- en bedrijfslocaties, maar ook bij herstructureringen van binnenstedelijke gebieden was grootschalige sloop eerder regel dan uitzondering. Elke generatie ontwerpers waant zich kennelijk superieur aan een vorige en wil het liefst van de grond af aan beginnen.

 

Blijkbaar waren we even vergeten dat deze manier van werken heeft geleid tot oplossingen die nu überhaupt de redenen zijn voor transformatie. De stedenbouwkundige structuren uit het verleden blijken dermate star dat een continue vernieuwing onmogelijk is. Inmiddels weten we dat schaalvergroting op termijn uiteindelijk leidt tot verarming van functionele diversiteit. Ruimtelijk, maar ook financieel hebben grootschalige ingrepen niet de flexibiliteit om in te spelen om de continu veranderende vraag en geen partij wil en durft nu een langdurig financieel committent aan te gaan. Een niet onbelangrijke toevoeging is dat het interval van ontwikkelen, gebruiken en herontwikkelen alleen maar korter wordt. Gesuggereerd wordt dat Vinex-wijken nu al een herontwikkelingsopgave zijn, terwijl de laatste wijk nog niet eens af is en er nu pas boeken en films verschijnen waarin deze wijken het decor vormen.

 

Eindbeeld als idee-fixe

Wij kunnen nu niet meer tevreden zijn met een suboptimaal ruimtelijk, financieel en maatschappelijk eindresultaat dat gebaseerd is op één leidend beeld.  Het eindbeeld, de kristallisatie van ontwerp, realisatie en gebruik, is een ongemakkelijk residu van het denken in idealen. Vanaf een eerste schets wordt naar het eindbeeld toegewerkt en proces- en financiële afspraken zijn hier een weerspiegeling van. Deze manier van werken is niet meer geschikt als stedenbouwkundig instrumentarium. Het bereiken van het beoogde eindbeeld markeert de overgang van een project van het ontwikkelingsstadium naar het gebruiksstadium. Organisaties uit het ontwikkelingstraject worden op het moment van ingebruikname meestal vrijgesteld van de verantwoordelijkheid voor (duurzame) kwaliteit op de lange termijn. Een in alle opzichten gemaximaliseerd ontwerp blijkt opeens onveranderbaar en niet toekomstvast.

 

Het eindbeeld creëert een schijnzekerheid. Dit beeld dient er in de regel toe om in een zo kort mogelijke tijd zekerheid en controle over een ontwikkelingsproces te krijgen. De planning moet een maximum aan voorspelbaarheid genereren en op specifieke punten hoge investeringskosten kunnen rechtvaardigen. Bij de planning worden fictieve boekwaarden gecreëerd, maar die zijn bij een veranderde of ontbrekende vraag snel illusoir. De investeerder kan met het lock in-effect worden geconfronteerd: na de (dure) realisering van het project is hij ‘opgesloten’ in de voorwaarden, waarbij bijvoorbeeld de gebruiksmix niet klopt, het onroerend goed geen huurders vindt of het geplande terreinoppervlak niet strookt met het absorptievermogen van de lokale onroerendgoedmarkten. Ook de gehele wet- en regelgeving is gerelateerd aan een eindbeeld. De hiërarchische en lineaire opbouw van de ruimtelijke ordening met structuurvisie, masterplan en bestemmingsplan maakt bijstellen van doelen moeilijk. Al deze beleidsdocumenten proberen  een ontwikkeling voorspelbaar te maken en het onverwachte te voorkomen.

 

Het  ideologische uitgangspunt van het modernistische geloof waarin een maakbaar wensbeeld de stad efficiënt kan ordenen, functies kan scheiden en conflict kan vermijden blijkt dus niet meer geschikt te zijn. Deze oude werkwijze is te monodisciplinair, het proces is te sequentieel, het kortetermijnbelang te overheersend en er wordt te snel gezocht naar een ruimtelijke oplossing.

 

Open stedenbouw

Vastklampen aan een houding waarin auteurschap en eindbeeld overheersen, kritiekloos het publiek-private onderhandelingsresultaat vertalen en alleen oog hebben voor het kortetermijnbelang is dus niet meer verstandig. Maakbaarheid dient plaats te maken voor haalbaarheid.  Met open stedenbouw kunnen de kwaliteiten van ruimtelijke improvisatie gecombineerd worden met uitdagende, tijdloze plannen. De tijdelijk activiteiten op een plek dienen gebruikt te worden als opmaat voor een structuur waarin een permanent programma kan nestelen. Het op kleine schaal  handelen moet verbonden worden met het op grote schaal denken. En door het gedachtegoed van spontane ruimtelijke ordening met een tijdelijk karakter te combineren met het adagium ’Make no little plans’ van Daniel Burnham, kan een antwoord worden geformuleerd op hedendaagse ruimtelijke vraagstukken. Het ontwerp is bij deze manier van werken geen doel op zichzelf. Het is een middel om te analyseren, alle mogelijkheden te onderzoeken en varianten te testen.

 

Nu worden tijdelijke creatieve functies vaak ingezet als aanjager voor de ‘nieuwe’ wederom commerciële programmering bij projecten die in het einde van hun levenscyclus verkeren. Dit tijdelijke beheer dient nooit als begin van een permanente structuur, maar fungeert tot nog toe enkel en alleen als katalysator voor een versnelde waardeontwikkeling in de grondexploitatie. Maar activiteiten op een plek hoeven elkaar niet serieel op te volgen. Juist als niet-commerciële en commerciële functies co-existeren in een gebied kunnen ze van elkaars kracht gebruikmaken. De transformatie van een gebied hoeft niet meer op één grote exploitatie gebaseerd te zijn, maar kan bijvoorbeeld thematisch gefinancierd en georganiseerd worden.

 

Open stedenbouw produceert van onderaf en bovenaf tegelijk kennis waarmee het tot participatie aanspoort in plaats van bemoeilijkt. Voor het operationeel maken van deze kennis is een nieuwe werkwijze en platform waar deze kennis gedeeld wordt , nodig.

 

Dynamisch keuzediagram

Het is belangrijk om altijd vanuit de vraag de programmatische en ruimtelijke invullingen te kunnen sturen. Een ontwikkelingsproces moet hiervoor flexibel en accuraat zijn. Het is een kunst om mijlpalen in de ontwikkeling te herkennen en er adequaat op in te spelen. Dit kan door bijvoorbeeld de organisatievorm te veranderen of nieuwe investeerders of partners te zoeken.  Hoe en op welk moment deze mijlpalen zich in de ontwikkeling aandienen, valt onmogelijk van tevoren te plannen. Met deze onzekerheid moeten wij leren leven. Wij kunnen wel een open en flexibele ontwikkeling faciliteren waarin het dwangmatig naar een eindbeeld toewerken wordt vervangen door het denken in kleine behapbare deelplannen, die afzonderlijk afgerond kunnen worden. Een gebied is dan niet meer in staat van continue transitie, maar in elke fase van het proces is het plan opnieuw afgerond. Bovendien kan na elke fase opnieuw bekeken worden wat de volgende verstandige stap is in de ontwikkeling. Een plan is niet gebonden aan een groeisnelheid en is in staat te reageren op wisselende economische en maatschappelijke omstandigheden en woonwensen. Voor elke nieuwe fase kan dan ook een passende financieringsconstructie worden gevonden.

 

Het openstedenbouw-keuzediagram schept flexibiliteit, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid op het juiste moment. Op diverse manieren, met variërende snelheid en met verschillende omvang kunnen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Dit in tegenstelling tot het traditionele model, het gecentraliseerde model van ontwikkelen. Het wordt tijd te breken met de onbereikbare einddoelen die gekoppeld zijn aan maakbaarheid en stap voor stap een haalbaar transformatieproces in te steken.

 

Optiematrix

De basisvoorwaarde voor een continu ontwikkelingsproces is een manier te vinden waarop alle betrokken stakeholders afspraken kunnen maken. Deze afspraken gaan niet alleen over de fysieke massa (m² of m³) maar in eerste instantie over de toegevoegde waarde van de actoren. Naast sociale voorzieningen, openbare ruimte en economische ontwikkelingskansen zijn dit  bijvoorbeeld acceptatie van een conflict (bijvoorbeeld geluid, schaduw, luchtvervuiling) en resourcegebruik (ruimte). Ook financieel is het principe van open stedenbouw verschillend ten opzichte van vroeger; alle actoren nemen deel, waardoor elke stap gedragen wordt door de uiteindelijke gebruikers en financieel steviger wordt. De klassieke publiek-private samenwerkingsverbanden zijn hiermee voorbij. Wij gaan niet meer op zoek naar de grootste gemene deler, maar naar het kleinste gemene veelvoud.

 

Voor de nieuwe werkwijze is een platform voor alle betrokkenen een goed middel om kennis in te brengen en te delen. Een goede samenstelling van de actoren die van dit platform gebruikmaken en het vastleggen van een gezamenlijk streven zijn wezenlijk voor het slagen van open stedenbouw. De optiematrix  is hiervoor een geschikt model. In deze matrix worden de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten afgezet tegen alle mogelijke randvoorwaarden voor ontwikkeling. Op een overzichtelijke manier zijn de gegevens van alle mogelijke (deel)onderwerpen, ingebracht door alle mogelijke stakeholders, te zien en te analyseren.

 

Het grote voordeel van een optiematrix is dat ze zich richt op de gebruikers van een gebied, dat harde en zachte data kunnen worden verwerkt en kleine en grote spelers een plek kan worden gegeven. Actoren kunnen door de heldere structuur tevens makkelijker deelnemen aan het proces. Deelname kan variëren van afstemming tot een hechte vorm van participatie. De matrix maakt het mogelijk op verschillende schaalniveaus de problemen te bestuderen, keuzen te maken en consequenties te ontdekken. Bij elk onderwerp wordt het geschikte schaalniveau van de oplossing bepaald. Verder kunnen met de matrix collectieve waarden worden opgespoord, de gedeelde ambities worden gedefinieerd, nieuwe programmatische en ruimtelijke allianties worden gesloten, maar ook conflicten worden blootgelegd. De openstedenbouw-matrix staat verschillende belangen, eisen en wensen toe waardoor gelijkwaardige samenwerking ontstaat.

 

Van ideaal naar optimaal

Breken met het ideaal van maakbaarheid is niet zo moeilijk. De centrale structuren uit de twintigste eeuw hebben inmiddels plaatsgemaakt voor een gefragmenteerde doe-het-zelfsamenleving waarin ieder individu zelf een weg mag zoeken. De collectieve zekerheden zijn vervangen door kortstondige verbintenissen in een van de netwerken waarin wij ons begeven. Men is minder plekgebonden, zowel qua wonen, werken als in de vrijetijdbesteding.  Deze dynamische samenleving dringt maar moeizaam door tot ruimtelijke plannen. Breken met een maatschappelijke werkelijkheid die voortkwam uit het denken in maakbaarheid is niet eenvoudig. Toch zullen deze vertrouwde procedures en werkwijzen gekoppeld aan een aanbodgerichte en seriematige manier denken, losgelaten moeten worden om de stap te kunnen maken naar een open en flexibele manier van stedenbouw bedrijven.

 

Stedenbouw is nu realpolitiek. In plaats van maakbaarheid, wat afdwingbaar is, moeten wij in termen van haalbaarheid, wat praktisch mogelijk is, gaan denken. Haalbaarheid wordt vaak afgedaan als niet-ideologisch en oninteressant, maar het vereist juist een sterke moraliteit en een holistische blik. Het ideale, utopische plan moet worden vervangen door de optimale ontwerp-  en ontwikkelingsstrategie waarin de context en alle participanten tot hun recht kunnen komen.

"Ruimtelijke ordening transformeert naar ruimtelijke organisatie en hier hoort een andere vorm van stedenbouw bij"

Gerelateerde items (25)