Interview Jurjen van der Meer (Architectenboek VIII) - 07.06.2011

“Crisis? We zijn hier in het noorden wel gewend om te werken in een schrale omgeving.” Jurjen van der Meer, architect en directeur/oprichter van het succesvolle bureau De Zwarte Hond, laat zich niet eenvoudig uit het veld slaan, ook niet door een nijpende conjuncturele neergang. “Dankzij de crisis kunnen we eindelijk een aantal veranderingen doorvoeren die hoognodig zijn in de Nederlandse architectuurwereld.”

Het springt meteen bij binnenkomst van het bureau aan het Hoge der A in Groningen in het oog: de enorme zwarte hond die vlak naast de glazen entreedeur van het bureau van architect Jurjen van der Meer opgesteld staat. Ooit gekregen van kunstenaar Siert Dallinga als betaling-in-natura voor het ontwerp van een atelierruimte, ontwikkelde het bijzondere kunstwerk zich langzamerhand tot hét symbool van het architectenbureau dat Jurjen van der Meer medio jaren 80 samen met Thon Karelse oprichtte. “Eerst gebruikten we de afbeelding van de hond als beeldmerk bij onze bureaunaam Karelse Van der Meer Architecten”, vertelt de Groningse architect. In 2004 heb ik het bureau voortgezet met mijn nieuwe partners, Willem Hein Schenk, Jeroen de Willigen en Eric van Keulen en wordt de lading beter gedekt met alleen de naam De Zwarte Hond.”

Het bureau-met-die-bijzondere-naam heeft zich mede dankzij het sterke beeld dat de naam oproept ontwikkeld tot één van de meer in het oog springende bureaus van Nederland, behalve in Groningen ook gevestigd in Rotterdam en Keulen (D). Opvallend genoeg wordt De Zwarte Hond evenwel niet gerekend tot de zogenoemde ‘Superdutch’-stroming van generatiegenoten als Mecanoo, MVRDV, Neutelings Riedijk en UN Studio. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat De Zwarte Hond een van origine Gronings bureau is, dat daardoor lange tijd enigszins buiten het blikveld van het voornamelijk op de Randstad georiënteerde architectuurdebat bleef. “Ook op onze Rotterdamse vestiging werken voornamelijk noorderlingen en Duitsers”, glimlacht Van der Meer. “Dus ik denk dat wij inderdaad een ‘noordelijk’ bureau zijn. De nurkse noordelijke houding zit in ons DNA. Daarom zijn we waarschijnlijk ook wars van de modes die de architectuur de laatste tientallen jaren bepaalden, zoals de overmatige aandacht voor iconografische gebouwen en mooie gevels. Wij zijn veel meer geïnteresseerd in architectuur als een manier om toegevoegde waarde te genereren voor een omgeving.'

Klik hier voor het hele interview.

Gerelateerde items (1)